Beperking werkloosheid in de duur mist volledig de essentie van het debat

Vandaag pakt minister Clarinval uit met het nieuws dat honderdduizend werkzoekenden hun werkloosheidsuitkering zullen verliezen. Maar niemand kan hardmaken dat deze mensen werk gaan vinden of dat de arbeidsmarkt beter wordt van een beperking van de werkloosheid in de tijd. De ‘stoere’ beslissing van de Arizona onderhandelaars om werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd mist compleet de essentie van het debat: wat met het gebrek aan arbeidskansen?
Langdurig werkzoekenden zijn bovengemiddeld ouder dan andere werkzoekenden, zijn vaker kort geschoold en kampen vaker met een arbeidsbeperking. Tegelijk zijn ze gemotiveerd en getalenteerd. Ze hebben altijd aan hun verplichtingen als werkzoekende voldaan. Vaak hebben ze er een resem ritjes op de activeringscarrousel op zitten, van het ene opleidingstraject naar de andere werkervaringsstage. Wie niet ingaat op een passend opleidings- of werkaanbod riskeert namelijk al sancties of een permanente uitsluiting. Het is dus vreemd dat de voorstanders van een inperking van de werkloosheidsuitkeringen spreken van een hangmatsysteem. Dat is de werkloosheid allerminst. Niet alleen moeten langdurig werkzoekenden veel verplichtingen ondergaan, onderzoek wijst telkens weer uit dat ze discriminatie en afwijzing ervaren op de arbeidsmarkt. Wegens de duur van hun werkloosheid, maar ook wegens hun leeftijd.
Het bespaart niets
Waarom zou iemand na twee jaar dan toch zijn of haar werkloosheidsuitkering moeten verliezen? Grosso modo komen drie argumenten terug. “Een beperking in de tijd is noodzakelijk omdat het onbeperkte systeem nergens anders bestaat”. “Een beperking in de tijd zou geld besparen”. “”Een beperking in de tijd ze zal helpen meer mensen te activeren.
Dat het Belgische systeem uniek is in de wereld en dus niet kan deugen, is weinig overtuigend. Volgens die logica kunnen we zowat alle verworvenheden van onze sociale zekerheid opdoeken. Bovendien is het systeem dan wel uniek op het vlak van werkloosheid, het is niet uitzonderlijk. De meeste landen schuiven langdurig werkzoekenden namelijk door naar andere systemen van sociale bijstand. Dat zijn ook gewoon uitkeringsstelsels. Tel je in België de werkloosheid en de bijstand samen en maak je dan de vergelijking met andere landen, dan blijkt ons land niet buitenmatig meer uitkeringsgerechtigden te tellen. Wel wordt de afstand tot de arbeidsmarkt groter zodra iemand op de bijstand staat.
Over naar het besparingsargument. Volgens het Planbureau zou een inperking vanaf één jaar zo’n 2,5 miljard euro besparen, en vanaf twee jaar zo’n 1,5 miljard. Alleen is dat geen besparing, maar een ‘budgettaire impuls’. De kosten van de werkloosheidsuitkeringen dalen dan wel, maar de kosten voor de samenleving niet. Want het valt te verwachten dat de groep uitgesloten werkzoekenden terugkeert in de sociale bijstand en de ziekte-uitkeringen, op kosten van de lokale besturen en andere sociale zekerheidstelsels. Dat heen-en-weereffect zit in het model van het Planbureau verborgen in een resem parameters, samen met alle andere zinnige en minder zinnige voorstellen die partijen lieten berekenen. Uit die cijfers kunnen we dus niet veel concluderen.
Het helpt mensen niet sneller aan het werk
Rest nog de overtuiging dat de werkloosheid inperken de ultieme financiële prikkel is om mensen sneller aan het werk te doen gaan. Dat druist in tegen al het onderzoek dat aangeeft dat uitkeringssancties hun doel volledig voorbijschieten, omdat de financiële prikkel niet het probleem is. Analyses tonen hoe dan ook dat een grote meerderheid van de uitgesloten werkzoekenden niet op korte termijn aan het werk kan. Als er voor hen een passend arbeidsmarktaanbod was, waren ze al aan het werk. Hun nood aan omkadering en begeleiding naar werk valt niet weg. Maar de opvolging wordt wel complexer, en dat komt opnieuw met verhoogde kosten. Meer zelfs, met een uitsluiting of beperking raken we ook nog een deel mensen letterlijk kwijt, terwijl de uitdaging net is meer mensen te bereiken en te overtuigen aan het werk te gaan.
De werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd negeert ook de verantwoordelijkheid van werkgevers. Het zal geen passende jobs tevoorschijn toveren of discriminatie doen verdwijnen. Daar is beleid voor nodig. Dat moet de uitdaging zijn die onze regeringen, regionaal en federaal, moeten opnemen. We moeten een systeem opbouwen waarin iedereen als volwaardige werknemer kan deelnemen aan de arbeidsmarkt. Of dat nu in een basisbaan is, een aanbod in de sociale economie, of in een zone zonder langdurige werkloosheid. Dat is semantiek. Er is genoeg onderzoekswerk dat aangeeft dat een actief tewerkstellingsbeleid niet alleen goedkoper is, maar ook het inkomen van mensen beter ondersteunt en, vooral, mensen hun waardigheid teruggeeft.
Visie, het ledenmagazine van het ACV, volgde voor de documentaire ‘Ik hoop spoedig van u te horen’ een jaar lang vijf werkzoekenden in hun zoektocht naar werk. Deze ontluisterende documentaire werpt een heel ander licht op de kille cijfers van minister Clarinval. U kan de documentaire ‘Ik hoop spoedig van u te horen’ hier bekijken.
Lees het persbericht van 20 maart 2025: 'Beperking werkloosheid in de duur mist volledig de essentie van het debat' (pdf)